De RVU staat voor Regeling Vervroegde Uittreding. Dat is een regeling voor werknemers die eerder dan hun pensioengerechtigde leeftijd met pensioen willen. Samen met hun werkgever spreken ze een uitkering af die ze tot aan de AOW-leeftijd ontvangen. Dat is een maandelijkse uitkering of een bedrag in 1 keer, net wat de werknemer liever heeft. De kosten hiervan zijn voor rekening van de werkgever.
In 2019 kwam het pensioenakkoord. Ondanks maatregelen om werknemers gezond hun pensioen te laten halen, gaf de minister daarin aan dat dit niet voor iedereen mogelijk is. Daarom zijn er afspraken gemaakt voor deze groep. Een daarvan is de RVU-drempelvrijstelling. Normaal moeten werkgevers 52% belasting betalen over de uitkeringen, ook wel bekend als de RVU-heffing. In het pensioenakkoord is afgesproken dat die RVU-heffing tijdelijk vervalt.
De RVU-drempelvrijstelling geldt als de werkgever en werknemer aan deze voorwaarden voldoen:
De werkgever legt dus uiterlijk op 31 december 2025 een RVU-regeling vast met een werknemer, die vervolgens kan doorlopen tot uiterlijk 31 december 2028. Als diegene eerder dan 3 jaar voor de pensioenleeftijd stopt, dan moet de werkgever over die periode 52% belasting betalen over de volledige RVU-uitkering. Is de uitkering hoger dan het wettelijke bedrag? Dan betaalt de werkgever over het bedrag daarboven de RVU-heffing.
Werknemers kunnen op 3 manieren gebruikmaken van de versoepelde RVU-regeling:
De Regeling Vervroegde Uittreding heeft ook invloed op je salarisadministratie. Dit is het belangrijkste wat je moet weten:
Eind 2024 waren er meerdere stakingen, omdat werknemers en vakbonden eisten dat de RVU-drempelvrijstelling ook na 2025 zou blijven. Het kabinet, de vakbonden en werkgevers gingen daarom met elkaar in gesprek. Ze zijn het met elkaar eens geworden over een structurele vroegpensioenregeling die vanaf 2026 ingaat. Hieronder vind je de 5 grootste wijzigingen in de RVU-regeling.
Alleen werknemers die dat echt nodig hebben, mogen straks nog gebruikmaken van de Regeling Vervroegde Uittreding. Het gaat hierbij om mensen die zwaar werk doen. Er zijn 3 vormen van zwaar werk:
Daarnaast kunnen werknemers geen individuele RVU-afspraken meer maken met hun werkgever. Per 2026 gaat dit alleen nog via de cao. Dat betekent dat cao-partijen met elkaar bepalen wie recht heeft op de RVU. Zij stellen een onderbouwde definitie op, waarin ze uitleggen om welke zware functies en werkzaamheden het gaat. Vervolgens beoordeelt een derde partij namens het ministerie of de definitie aan de vereisten voldoet. Na goedkeuring komt in de cao te staan wie wanneer in aanmerking komt voor de RVU.
In de huidige RVU is de maximale vrijstelling ongeveer hetzelfde als een netto AOW-uitkering van een alleenstaande. Voor sommige mensen is dat niet genoeg, bijvoorbeeld omdat ze een laag inkomen of een laag aanvullend pensioen hebben. Om te voorkomen dat deze werknemers in de knel komen door de RVU, mogen werkgevers in dit soort gevallen maximaal 3.600 euro bruto per jaar extra uitkeren, zonder hier de RVU-heffing van 52% over te betalen.
De nieuwe RVU is structureel, dus er is geen einddatum. Wel monitoren en evalueren de betrokken partijen elk jaar de regeling, om in de gaten te houden of deze nog voldoet. Daarnaast komt er geen inkomensgrens om eraan deel te nemen. Maar cao-partijen mogen wel met elkaar besluiten om een inkomensgrens in te stellen. Ook is afgesproken om geen maximaal aantal deelnemers in te voeren. Zodra er meer dan 15.000 deelnemers per jaar zijn, gaan het kabinet en de sociale partners wel met elkaar in gesprek.
Er komt extra aandacht voor duurzame inzetbaarheid, zodat werknemers gezond hun pensioenleeftijd halen. Uiterlijk in mei 2025 presenteert het kabinet hier een plan voor. Deze maatregelen liggen onder andere op tafel:
Het kabinet gaat de nieuwe maatregelen bekostigen met het geld dat overblijft van de MDIEU-subsidie. Deze regeling loopt namelijk eind 2025 af.